Saturday, February 06, 2010

Skrunda, Disneyworld, de nieuwe tijd

De stad Skrunda in Letland is verkocht voor ruim 2 miljoen euro aan een russische zakenman. Op zich is daar niets bijzonders aan. Het is een verzameling onroerend goed dat van eigenaar verandert. Misschien is het nieuws geworden omdat het vroeger een militaire installatie behuisde die de russen tijdens de koude oorlog moest beschermen. Ook de foto's zijn niet bijzonder: lege straten, non-descripte huizen.
Onlangs las ik het verhaal van Walt Disney die ergens in de jaren 30 of 40 met een vliegtuigje boven Orlando vloog. Waar anderen op dat moment alleeen maar moerrassen zagen, zag hij zijn versie van de Amerikaanse droom: een suikerzoete wereld waarin iedereen werd overspoeld met Disney's versie van geluk. Net als de Russische zakenman heeft hij op een goed moment een gebied aangeschaft waar niets was en vervolgens heeft hij het omgevormd tot een eindeloos landschap van geluksbevrediging (ik hoop ooit betere woorden te vinden). Onbekend op dit moment is de motivatie van de nieuwe eigenaar van Skrunda.
Tot dusver niets nieuws. Maar waarom doet dit verhaal me toch op een of andere manier denken aan de vroegere landmeesters, aan de klassieke neiging van individuen in iedere maatschappij om grond te verwerven en tegelijk met de grondrechten ook sociale rechten op te eisen: je mag hier wonen maar we verwachten wel een bepaalde loyaliteit, of een gedeelte van je tijd, of op een andere manier een verbondenheid die je tegelijkertijd onderscheidt van hen die niet tot hetzelfde grondgebied horen.
Maar de aristocratie is niet meer wat die geweest is. Niemand neemt onvervreembare door god gegeven rechten meer serieus wanneer het om voorrechten gaat. Alleen de democratische rechten vastgelegd in de grondwet. En zelfs dan wordt er eindeloos om getwist.
Desondanks vind ik het opmerkelijk, zo'n aanschaf van een stad.

Tuesday, August 26, 2008

New Business venture

I

Saturday, March 11, 2006

Vrijdag avond

Het is half een 's nachts. Beneden in 'the game room' is een gemaskerd feest aan de gang. Maar ik zit in mijn kamer, luister naar wat muziek en surf naar nieuws over Nederland. Ik zit in een sluimerzone waar aktie ten onder gaat in lethargie. Hoe ver is dat feest, in de nabijheid van mijn bed. Maar het is vrijdag avond. Wat betekent dat? Waar moet ik heen dan? Hier in mijn kamer verblijf ik in een veilige capsule die niettemin onbevredigend is. Staan kost me energie alsof ik Atlas ben. Maar ik verveel me. En wat is er beneden. Ik ken die bende wel. De glimlach op het gezicht van de Fransman die mij een wodka jus inschenkt. De verstandhouding is dat we weten hoe het in onze eigen stad is. Hoe gek we eigenlijk zijn. Maar hier in Berkeley, California moeten we ons behelpen met deze uitspatting, of zijn het oefeningen. Beneden is een oefening in alcohol gaande. Andere gedachten die door mijn hoofd schieten: de aandacht die ik krijg, tegelijk vol hoop en kansloos, geen bevrijding; de zinloosheid, de herhaalbaarheid van al onze oefeningen. Waar kunnnen we nog meer heen? De mogelijkheden zijn beperkt. We maken het beste van de situatie. Het is niet slecht. Het is suboptimaal. Het herinnert ons, waar we ook vandaan komen, aan de goede tijden die we thuis hadden. En tegelijk hebben we dit feest nodig voor onze herinneringen in de toekomst. We maken foto's van elkaar, grijpen het ogenblik en via de computer en het internet, delen die momenten met elkaar, met onze vrienden hier en thuis.

Wat zijn wij, waar zijn wij. Wat betekent een groep wandelaars met de ruggen naar elkaar op een heuvel, ieder met een camera? Wat is een groene heuvel voor een oog gefixeerd op een lcd scherm? Waar zijn wij, waar ben ik in deze gepixeleerde wereld? Wat moet ik doen om herkend te worden als lichaam, in plaats van imago. We zien onze wereld door het 5cm grote scherm van de digitale camera. Ik ook. Ik geloof er niet in. Ik probeer me af te schermen. Maar hier zit ik dan, afgeschermd, en er midden in.

Wat maakt het uit of ik hier ben. Waar scherm ik me voor af. waar ben ik in feite? Zodra ik naar beneden loop zullen er vrienden foto's maken en ik, mijn imago zal voor altijd aanwezig zijn geweest. verstild in dat moment in tijd. Is dat mijn ervaring. Heb ik die nacht ervaren. Nee, ik niet. Ik ben daar slechts geweest als imago. Maar jaren later maakt het niet meer uit. Jaren later brengt mijn herinnering mij terug naar deze avond. En was zowel het feest als dit moment een wereld die zich in mijn leven uitstrekte. De mensen waren mijn vrienden. De beelden die nog rondzwerven op het internet eenvoudig in bezit te nemen. Waar ben ik als mijn beeld buiten het kader valt? Evengoed aanwezig. Ik bouw mijn imago op de contiguiteit van de wereld. Ik was erbij tijdens 11 september. Ik zag het op televisie. Ik was een van de getuigen. Maar wat zegt dat over de waarheid? Ik zat thuis uitgestrekt op de bank. Mathijs belde mij op en raadde me aan CNN op te zetten.

Ben ik een getuige? Ben ik aanwezig? Mijn ervaring vertelt me de waarheid. Mijn leven heeft zich onttrokken aan de ervaring. Beelden brengen mijn geheugen in de war. Mijn leven slaat neer op die beelden, maar ik, mijn essentie van ervaring bevat geen soliditeit, is niet eens materie, maar is beweging, zin in de zintuigen. Zin is zo verschillend van impressie. En kijk om je heen hoe de verhouding liggen.

Wat is de impressie die je krijgt? En hoe is je zin? Laat me duidelijk zijn: impressies zijn voorgevormde beelden: foto's, woorden, opnames. Denk aan de presentator die een impressie geeft van het evenement dat hij verslaat. Wat zijn de impressies? Denk aan Aristoteles: mimesis, de typische expressie. En wat is zin? De zinnen zijn de stromen die rondgaan in het krachtenveld om ons heen, gevangen in woorden: daar gebruiken we tuig voor, de zintuigen, de zinituigen die de zinnen vangen en die onze lichamen door de wereld loodsen. De zin is ongrijpbaar, want alleen aanwezig in de beweging. De zin is beweging.

Verwacht geen antwoord. Ik verwacht geen antwoord. Ik beweeg niet eens. Maar evenmin beweegt deze wereld. Deze wereld van impressies, van het constant vangen van momenten. Zeno vroeg zich af hoe een pijl kon bewegen wanneer het op op elk moment van zijn vlucht slechts één bepaalde plek in nam. Ik vraag me hetzelfde af. Hoe kunnen we bewegen wanneer we zo gefixeerd zijn. Waar is het leven wanneer we het alleen kunnen vinden in beelden die ons de impressie van ons leven geven?

De oplossing, goddank, is simpel. Kin omhoog. Herken de wereld. Alles stroomt, altijd.

Tuesday, November 29, 2005

Final Term - reflectie I

Ik wist dat er in Amerika harder werd gestudeerd, zeker op prestigieuze universiteiten. En ik was er ook op voorbereid. Tot mijn 27ste heb ik eigenlijk nooit hard mijn best hoeven doen, maar sinds ik met literatuurwetenschappen ben begonnen, is dat veranderd. Het is in fasen gegaan. Aanvankelijk besefte ik alleen hoe heerlijk het was om uberhaubt te studeren, maar nadat ik mijn propedeuse op zak had, ontdekte ik ook hoe het was om te studeren vanwege de kennis, niet vanwege het cijfer. En vervolgens onstond de wens om hogere cijfers te halen. Hier in Berkeley is dat wel het minste. Vooral in de graduate courses verwachten de docenten veel van je. De readers zijn soms belachelijk dik (voor één vak 1000 pagina's, of 20 cm) en daarnaast moet je vaak nog opdrachten doen, papers schrijven, en primaire literatuur lezen. Erg angstaanjagend wanneer je aan zo'n vak begint, maar gaandeweg begin je aan het tempo gewend te raken en merk je dat ze misschien veel van je leesvermogen vragen, maar veel minder van je reflectieve talenten. Het gaat er vooral om veel te weten, de namen, modellen en kritieken te kennen. De kritische houding die er in Nederland met de paplepel wordt ingegoten is hier veel minder aanwezig. Alhoewel, Amerikaanse studenten zijn zeker assertief, maar hun houdingen zijn 'correcte' houdingen. Wanneer we over Plato en Aristoteles praten werpt de docent het balletje op: "Wat vinden jullie hiervan?" en er is altijd wel een student te vinden die iets zegt als: "de democratie in het oude griekenland was geen echte democratie, want vrouwen en slaven werden buitengesloten. Ondanks hun mooie ideeën zijn P&A dus eigenlijk hypocriet."

Tsja. In deze tijd, vanuit ons perspectief kan dat wel kloppen. Maar wat betekent die opmerking nu eigenlijk? Het was niet dat de Grieken een morele keuze konden maken tussen wel of geen slavernij, of een beleidsplan voor emancipatie op konden zetten. Er waren slaven zonder rechten en vrouwen die een zelfstandige identiteit ontzegd werd. Was dat fout en zijn wij daarom goed? Het lijkt mij een makkelijke maar anachronistische houding. Soms doet het me wel eens denken aan een scene uit Starship Troopers (1997), waarin de onderwijzer (en latere Lieutenant) Rasczak zijn studenten het verschil leert tussen een 'civilian' en een 'citizen'. In deze film lijkt een dubbele ironie aanwezig te zijn. De vele verwijzingen naar Liefenstahl's Triumph des Willens (1935) duiden de film als een commentaar op het historische nazisme en fascisme, maar de casting van de acteurs, bekende soapsterren, en de vorm van de maatschappij waarin de het verhaal zich afspeelt, geven de film een onmiskenbare Amerikaanse smaak. Ik kan me herinneren dat ik na de film tegelijk enthousiast was, vanwege de spectaculaire actiescenes, en bezorgd, omdat ik het idee kreeg dat dit land van vrijheid en democratie toch verdomd veel fascistische trekjes had. Nu ik hier een tijdje rondloop is er niets van dat gevoel verdwenen. Amerika is groter en meer verdeeld dan Duitsland en heeft bovendien geen vernederende totale overgave achter de kiezen. dus plotseling uit het lood slaan zullen ze niet. Maar tegelijkertijd is het land diep verdeeld langs scherpe ideologische lijnen, waarvan de liberale kant nog altijd aan de rechterkant van de VVD zit. De neocons aan de andere kant, zijn een bijzonder goed georganiseerde groep rechts-religieuze populisten, en in het algemeen voorspeld dat weinig goed voor het democratische klimaat. Zij zorgen er voor dat de meest wonderlijke publieke discussies mogelijk zijn: het debat over Intelligent Design is daar een goed voorbeeld van. Hoe is het mogelijk dat een substantiele groep senators bereid is serieus te overwegen dit geloof als alternatief tijdens de biologieles aan te bieden?

Friday, November 04, 2005

Colleges

06 Oktober 2005 | 00:43:25

Ik volg nu vier colleges: Metaphors, van George Lakoff, die de tweede generatie cognitieve linguistiek heeft opgericht, een stroming die stelt de Cartesiaanse scheiding tussen de geest en het lichaam te hebben opgeheven, en dat bovendien weet te ondersteunen met een onstellende hoeveelheid emperische bewijzen. Zijn departement concentreert zich voornamelijk op de wijze waarop de mens zich taal eigen maakt en hoe deze kennis ingezet kan worden in systemen voor artificiele taalverwerving, dus hoe computers een taal kunnen leren. Hoewel een logische consequentie van hun theorie een fundamentele herziening van hele vakgebieden zou moeten zijn, o.a. sociologie, anthropologie, filosofie, psychologie, zijn deze maar zeer matig geinteresseerd en tijdens onze klassen refereert George dan ook regelmatig aan zijn taak van roepende in de woestijn. Soms hebben zijn colleges meer weg van evangelies dan van onderwijs, maar desondanks zeer interessant.

Ook volg ik een college over de ontwikkeling van de roman, die zich voornamelijk concentreert in de wijze waarop taal gebruikt wordt om de werkelijkheid weer te geven. We behandelen daarbij o.a. de Odyssee, Joyce's Ulysses, The Artist etc., Woolf's mrs. Dalloway en Proust's Een liefde van Swann.

Dan volg ik ook een college waarin het westerse rechtsysteem (gebaseerd op plato en artistoteles) wordt vergeleken met het oosterse (gebaseerd op vnl. Confucius). Hier verbaas ik me vaak over de opmerkingen die mijn klasgenoten (de meeste bereiden zich voor op een carriere als lawyer) maken. Ondanks hun zogenaamde liberale en anti-bush houding druipen ze soms van het patriotisme en en onwankelbare geloof in de american way: vrijheid en democratie hoog!.
Tenslotte volg ik ook een college op graduate niveau. Deze heeft de heerlijk abstracte titel: The Rhetoric Of Things. Mijn klas bestaat uit vijf personen, waaronder de docent en elke week bespreken we in een sessie van 3 uur de artikelen en/of boeken die we voor die week gelezen hebben. Het doel lijkt te zijn om tot een begrip te komen van wat 'een ding' is en of en hoe 'een ding' een actieve rol kan vervullen in de interactie met mensen. Het klinkt vreselijk abstract en dat is het soms ook, maar we lezen de meest uiteenlopende teksten, van de ontwikkeling van de heiligencultus in de vierde en vijde eeuw na christus, tot anthropologische studies over het geven van geschenken op de fiji-eilanden, van ontmoetingen met stephen hawking (auteur van 'a brief history of time'), tot aan "de sociologie van een deursluiter".

Berkeley & Katrina

07 September 2005 | 07:14:20

Dinsdag 6 september Berkeley is niet representatief voor Amerika. Sterker nog, heel Amerika heeft een bepaald beeld van Berkeley, dat misschien nog wel het best te vergelijken is met het beeld dat heel de wereld van Nederland en Amsterdam schijnt te hebben. Spottend noemen ze het ‘the peoples republic of Berkeley’, waarmee ze doelen op het grote aantal communisten, socialisten en anarchisten die op, over en rond de campus te vinden zijn. De meeste mensen hier hebben geen goed woord over voor Bush en kunnen zich geheel niet vinden in het beeld dat de rest van de wereld van Amerika heeft. De wc-muren staan volgekalkt met sarcastische en ironische commentaren op het buitenland beleid en het post-9/11 tijdperk. Overal zijn t-shirts te koop waarin Bush samen met Cheney en Rumsfeld als ‘the axis of evil’ wordt afgebeeld en op Telegraph Avenue, de winkelstraat die aan de campus grenst, staan naast markstalletjes met snuisterijen ook profetische figuren die oproepen tot revolutie of anderszins ageren tegen de puinhopen van de Bush-administratie.

Een nieuw dieptepunt voor het zelfbeeld van de Amerikanen te Berkeley lijkt bereikt door de ravage die de falende overheid in combinatie met de orkaan Katrina veroorzaakt heeft. De risico’s die New Orleans liep waren al jarenlang bekend, deze ramp was al vele malen voorspeld, maar desondanks werd er niets tegen gedaan. New Orleans is een voornamelijk zwarte stad, met een laag gemiddeld inkomen. Volgens Brad, een van de Amerikanen in I-house, heeft dat alles te maken met de nog altijd bestaande segregatie in het Zuiden. De rijke, voornamelijk witte, bevolking is ruimschoots op tijd geëvacueerd, maar de rest, voornamelijk zwarte en arme bevolking, veelal zonder eigen vervoer, is goed deels aan hun lot overgelaten. President Bush kwam pas drie dagen na de ramp terug van zijn vakantie en beperkte zijn optreden in eerste instantie slechts tot een vlucht met zijn Air force One over het getroffen gebied. Jeff, een andere Amerikaan vertelde wat Bush vervolgens zei tijdens de daaropvolgende persconferentie: “It looked pretty bad from the airplane, but I imagine it must be doubly as bad down there.” Voor een Amerikaan klinkt dat ongeveer als: “Het zag er best erg uit vanuit het vliegtuig, maar ik kan me voorstellen dat het nog veel ergerder eruit ziet vanaf de grond.”

Het nieuws in Amerika is nooit onbevooroordeeld. De meeste nieuwszenders zijn zo politiek gekleurd dat veel Amerikanen zelfs de pretentie hebben opgegeven te weten wat er gaande is. Ik heb aan een heel aantal gevraagd wat zij van New Orleans vonden, maar de meeste haalden hun schouders op. Ja, het was heel erg wat daar gaande was, maar eigenlijk wisten ze er niet zoveel van af. De kranten en de televisie volgen de persconferenties en het persoonlijke leed van de slachtoffers en de heldenverhalen, maar het hoe en waarom en wie er voor verantwoordelijk is blijft, of bleef in eerste instantie op de achtergrond. Langzamerhand, nu de federale (landelijke) overheid eindelijk in beweging komt en Bush eindelijk zichtbaar betrokken is bij de ramp en de aanstaande wederopbouw, beginnen de nieuwszenders echter kritieke geluiden te laten horen. Zelfs de republiekeinen laten zich niet zo makkelijk meer afschepen met de ronkende retoriek waar deze administratie patent op lijkt te hebben. De spindoctors in Washington hebben er al hun eigen draai aan gegeven. Zodra er kritische geluiden te horen zijn, zodra iemand met de vingers wijst naar de federale overheid of naar de regering Bush, of naar het department of Homeland Security, waarschuwen ze dat het geen zin heeft om een “Blame game” te beginnen, eerst moeten de levens gered worden van al die moedige mensen die in het gezicht van rampspoed zich kranig verweerd hebben en met hun doorzettingsvermogen en heldenmoed hebben laten blijken uit wat voor een hout het Amerikaanse gesneden is etc. Ondertussen heeft een republikeinse senator al voorgesteld New Orleans in zijn geheel met de grond gelijk te maken en elders opnieuw op te bouwen. Barbara Bush, de vrouw van George Bush sr. deed ook een aardige duit in het zakje door de getroffen bevolking voor te houden dat ze eigenlijk best blij mochten zijn, omdat ze nu een kans hadden hun leven opnieuw op te bouwen met geld van de gemeenschap... Zoals Cruyff al zei: “Elk nadeel hep z’n voordeel.”
In Berkeley schudden ze meewarig hun hoofd.

Eerste opmerkingen

Op dit moment is alles voor mij nog anders. Alsof ik alles opnieuw moet leren. Ik voel me net een kind. Als ik de dingen niet heel langzaam doe, kan ik er opeens niets meer van. Koffie bestellen gaat nog wel, bed opmaken ook, maar opstaan van een cafetafeltje gaat tot nu toe bijna altijd mis (stoot bijna de tafel om, blijf haken aan mijn tas, zit vast achter een andere stoel etc.) Wel merk ik dat het langzamerhand een beetje begint te wennen. Ik heb de afgelopen dagen eindeloos veel gewandeld, en veel nieuwe mensen ontmoet. En ik begin ook langzaam Amerika te begrijpen. Eigenlijk is het niet een land van overmatige consumptie, maar een land van zelfbeheersing. Omdat er zoveel is, en omdat er zoveel moeite wordt gedaan je ervan te overtuigen dat het goed voor je is, moet je jezelf continu in bedwang houden. Hoe beter je daartoe in staat bent, hoe beter het met je gaat. Of iets dergelijks. Maar het hangt natuurlijk ook af van waar je je bevindt. San Francisco is al een stuk minder overdreven dan Miami, en Berkeley is nog bescheidener dan S-F. Hier heb je allemaal kleine winkeltjes & koffietentjes, ipv al die grote ketens en het ziet er gewoon heel vriendelijk uit. De campus is net een romeins dorpje, met allemaal tempelachtige gebouwen en parkjes, bomen en grasvelden. Maandag ben ik ingechecked bij het International House. Ik zit nu in de kamer die het komende jaar mijn thuisje gaat zijn. Het is een simpele kamer met aan de lange zijde twee bedden achterelkaar, daar tegenover twee bureaus en een boekenkastje in het midden. Aan de ene korte zijde een raam dat uitkijkt over Berkeley en de baai en aan de andere kant een commode en een inbouwkast.
Ik heb dus nu bijna mijn eerste week Berkeley er op zitten. Niet elke straathoek is nog even spannend voor me. Orienteren gaat steeds beter. Op mooie, heldere dagen kan ik, wanneer ik mijn hoofd uit het raam steek de Golden Gate Bridge zien. ‘s Nachts zie ik de lichten van San Francisco schitteren. Mijn kamertje voelt steeds vertrouwder. Ik ben nu nog op zoek naar een mooie poster om boven mijn bed te hangen, want het heeft nu nog wel erg veel weg van een kloostercel, een beetje kaal. De meeste bewoners zullen pas komende week gaan inchecken alles is nu nog heel rustig. Douches en wc’s zijn allemaal gemeenschappelijk (wel gescheiden tussen mannen en vrouwen). Dat betekent dat ik elke keer wanneer ik naar de wc moet, of wanneer ik ‘s ochtends ga douchen zo’n dertig meter door de gang moet lopen. Ik ben blij dat ik er nu al ben, nu het nog rustig is, want dan kan ik tenminste een beetje oefenen in die wandeling. Zodra het semester begint zal de gang namelijk ongetwijfeld barsten van het leven en wordt je tussen bed en douche blootgesteld aan tientallen blikken. Na vijf jaar heerlijk een heel apartement voor mezelf gehad te hebben is dat wel effe wennen. Dus probeer ik de ene keer de handdoek om mijn middel te doen (nadeel: de handdoek is net te kort en daardoor zie je teveel van mijn bovenbeen... In mijn geval niet heel erg sexy) De andere keer een trainingsbroek (voordeel: staat me erg goed. Nadeel: allemaal extra handelingen eerst aantrekken, daarna weer uittrekken, dan weer aantrekken om terug te lopen etc.). Ook wel eens alleen mijn boxer aan gehad. Nadeel: ‘s ochtends wil een bepaald deel van mijn lichaam nog wel eens eerder wakker zijn dan ik en die is dan nauwelijks te verbergen... Ook overweeg ik nog andere opties: een langere handdoek, een ochtendjas. De tijd dringt echter, na dit weekend begint het immers allemaal.
Deze ‘wandeling over de gang’ is nog maar één van de vele ‘wandelingen’ die je in zo’n groot huis moet maken. Je hebt bij elke maaltijd namelijk ook nog de ‘wandeling door de eetzaal’. Je komt binnen bij de kassier en dan moet je eerst de gehele eetzaal doorwandelen, waar allemaal mensen al aan het eten zijn aan lange tafels, Hierbij is het cruciaal dat je tijdens deze wandelijk tegelijkertijd alvast wat voorwerk doet: kijken of je bekenden ziet, beschikbare plaatsen etc. Aan de andere kant moet je zo ontspannen mogelijk en in een rechte lijn (voor mij is dat nog wel eens lastig) die ruimte zien te doorkruisen. En dan ben je eindelijk in de keuken waar je kan opscheppen. De keuken is een soort buut-vrij plek. Geen sociale druk daar... Maar dan ben je klaar, je schenkt nog wat drinken in en dan heb je alleen nog maar de brood en koffiebenodigdheden trolley als steun voordat je met tray en al een keuze moet maken naar welke tafel je toe loopt. Hierbij loop je een aantal risico’s: je loopt te snel en passeert de tafel waar je eigenlijk aan wil zitten en bent daardoor ‘gedwongen’ aan een tafel te gaan zitten waar niemand of slechts een eenling aan zit, of je gaat ‘te laat’ aan een tafel zitten, waardoor je tafelgenoten die allemaal al klaar zijn met eten, op het moment dat je de eerste hap neemt, allemaal vertrekken en je alsnog als eenling aan een tafel komt te zitten. Ook is er het probleem van het ‘uitkijken’, waarbij je dus voorzichtig de keuken uitkomt en ondertussen de ruimte scant op mogelijke bekenden. Omdat je ze niet ziet ga je tenslotte aan een eenlingen tafel zitten en pas als je zit, zie je dat de bekenden waar je naar zocht toch aan een tafel zitten, niet ver van je vandaan. Nu rust op jou de zware beslissing om op te staan en alsnog bij hen aan tafel te gaan zitten (voordeel: gezellig, nadeel: ben ik dan niet sociaal zwak & afhankelijk wezentje?) of om stug te blijven zitten (voordeel: je bent sterk & onafhankelijk, nadeel: niet erg sociaal, ben ik niet gewoon te angstig?)

Op dit moment is misschien nog maar 10% van de bewoners aanwezig, dus alles is nog redelijk overzichtelijk en bovendien heb ik het voordeel dat ik een heel aantal mensen al leer kennen, voordat de grote hoop komt. En al die routines, waarvan de wandelingen nog maar een klein onderdeel zijn, kan ik nu in relatieve rust leren kennen. Want naast wandelingen heb je ook: 1. het gedrag in de doucheruimtes 2. sociaal gedrag in de gang en in de lift 3. de omgangsvormen in de laundryroom 4. begroetingen en afscheidsrituelen 5. nog veel meer waar ik later nog wel op terug zal komen...

Alles is nieuw

Hoe is het nu om ergens naar toe te gaan waar je niemand kent, om in het grote ongewisse te stappen? Voordat je gaat heb je allerlei ideeën en voorstellingen en voorzie je problemen en obstakels, waarvan je geen idee hebt hoe je die ooit overkomen zal. Maar uiteindelijk is het zover en gaat alles zoals het gaat. Caroline vroeg aan mij of ik eenzaam was, de afgelopen dagen, maar dat ben ik niet. Ik was wel ontregeld. Alles voelt zo nieuw aan, alsof ik een beginner ben in dit leven en daarom een beetje onhandig. Opstaan van tafeltjes gaat bijvoorbeeld vaak mis. Dan blijf ik ergens aan haken, of sta ik te snel op en stoot ik bijna iets om. Winkels voelen ook vreemd, eenvoudige dingen kopen kost mij hoofdbrekens. De grap is natuurlijk dat alles in principe hetzelfde is. Deodorant is deodorant bijvoorbeeld, maar omdat ze allemaal anders zijn dan in Nederland, sta ik een kwartier lang voor het rek de verschillende merken met elkaar te vergelijken. Gelukkig gaat het na die eerste keuzes al snel makkelijker. Gek genoeg zal ik waarschijnlijk later terugdenken aan het gevoel dat ik nu heb en het missen. Omdat alles nieuw is, leef ik veel bewuster, zijn mijn zintuigen veel scherper. Dat is een fijne sensatie, die je het gevoel geeft dat je echt aan het leven bent. En dat gevoel hoeft van mij nooit te slijten.

Berkeley aankomst

Het komende jaar breng ik door in Berkeley, een aan San Francisco vastgegroeid universiteitsstadje. Eergisteren ben ik daar aangekomen. Het is een overzichtelijk stadje, met een vriendelijk gezicht. De auto's rijden allemaal rustig en stoppen bij de meeste kruispunten. Er zijn veel fietsers en veel koffietentjes. Ook zijn er opvallend veel boekwinkels en zijn er twee cd/dvd winkels waar je hart sneller van gaat kloppen: Rasputin en Amoebe. De hoeveelheid en diversiteit van hun collectie is formidabel. Je kan er de meest obscure films vinden. Ze hebben er bijvoorbeeld bijna de complete Troma filmcollectie, inclusief de legendarische Toxic Avenger en films met namen als Cannibal Cheerleaders from Outer Space. Ik heb me tot nu toe weten te beheersen maar ik weet niet hoelang ik weerstand kan bieden aan die overdaad.

Over het universitaire leven kan ik nog niet zoveel vertellen, aangezien dat volgende week pas begint. Maar de mensen zijn vriendelijk en het International House (I-House) waar ik verblijf is prima. Mijn kamer heeft, met enige moeite, uitzicht over de baai van San Francisco. Het is een zogenaamde Premium Double kamer, wat betekent dat ik wél een kamergenoot heb, maar goddank geen stapelbed. Mijn kamergenoot is nog niet gearriveerd, dus ook daar kan ik nog niets over melden. Het is hier dus nog rustig. Maar als ik degenen moet geloven die hier ook vorig jaar al studeerden en verbleven, is dat de stilte voor de storm. Ze hebben allemaal een bepaalde blik in hun ogen wanneer ze me verzekeren dat ik het hier leuk ga hebben, Ik geloof ze wel, maar het is moeilijk je iets voor te stellen waar je nog geen beeld van hebt. Goed, de spits heb ik hiermee afgebroken. Meer verslagen volgen spoedig. Groet.