Het is half een 's nachts. Beneden in 'the game room' is een gemaskerd feest aan de gang. Maar ik zit in mijn kamer, luister naar wat muziek en surf naar nieuws over Nederland. Ik zit in een sluimerzone waar aktie ten onder gaat in lethargie. Hoe ver is dat feest, in de nabijheid van mijn bed. Maar het is vrijdag avond. Wat betekent dat? Waar moet ik heen dan? Hier in mijn kamer verblijf ik in een veilige capsule die niettemin onbevredigend is. Staan kost me energie alsof ik Atlas ben. Maar ik verveel me. En wat is er beneden. Ik ken die bende wel. De glimlach op het gezicht van de Fransman die mij een wodka jus inschenkt. De verstandhouding is dat we weten hoe het in onze eigen stad is. Hoe gek we eigenlijk zijn. Maar hier in Berkeley, California moeten we ons behelpen met deze uitspatting, of zijn het oefeningen. Beneden is een oefening in alcohol gaande. Andere gedachten die door mijn hoofd schieten: de aandacht die ik krijg, tegelijk vol hoop en kansloos, geen bevrijding; de zinloosheid, de herhaalbaarheid van al onze oefeningen. Waar kunnnen we nog meer heen? De mogelijkheden zijn beperkt. We maken het beste van de situatie. Het is niet slecht. Het is suboptimaal. Het herinnert ons, waar we ook vandaan komen, aan de goede tijden die we thuis hadden. En tegelijk hebben we dit feest nodig voor onze herinneringen in de toekomst. We maken foto's van elkaar, grijpen het ogenblik en via de computer en het internet, delen die momenten met elkaar, met onze vrienden hier en thuis.
Wat zijn wij, waar zijn wij. Wat betekent een groep wandelaars met de ruggen naar elkaar op een heuvel, ieder met een camera? Wat is een groene heuvel voor een oog gefixeerd op een lcd scherm? Waar zijn wij, waar ben ik in deze gepixeleerde wereld? Wat moet ik doen om herkend te worden als lichaam, in plaats van imago. We zien onze wereld door het 5cm grote scherm van de digitale camera. Ik ook. Ik geloof er niet in. Ik probeer me af te schermen. Maar hier zit ik dan, afgeschermd, en er midden in.
Wat maakt het uit of ik hier ben. Waar scherm ik me voor af. waar ben ik in feite? Zodra ik naar beneden loop zullen er vrienden foto's maken en ik, mijn imago zal voor altijd aanwezig zijn geweest. verstild in dat moment in tijd. Is dat mijn ervaring. Heb ik die nacht ervaren. Nee, ik niet. Ik ben daar slechts geweest als imago. Maar jaren later maakt het niet meer uit. Jaren later brengt mijn herinnering mij terug naar deze avond. En was zowel het feest als dit moment een wereld die zich in mijn leven uitstrekte. De mensen waren mijn vrienden. De beelden die nog rondzwerven op het internet eenvoudig in bezit te nemen. Waar ben ik als mijn beeld buiten het kader valt? Evengoed aanwezig. Ik bouw mijn imago op de contiguiteit van de wereld. Ik was erbij tijdens 11 september. Ik zag het op televisie. Ik was een van de getuigen. Maar wat zegt dat over de waarheid? Ik zat thuis uitgestrekt op de bank. Mathijs belde mij op en raadde me aan CNN op te zetten.
Ben ik een getuige? Ben ik aanwezig? Mijn ervaring vertelt me de waarheid. Mijn leven heeft zich onttrokken aan de ervaring. Beelden brengen mijn geheugen in de war. Mijn leven slaat neer op die beelden, maar ik, mijn essentie van ervaring bevat geen soliditeit, is niet eens materie, maar is beweging, zin in de zintuigen. Zin is zo verschillend van impressie. En kijk om je heen hoe de verhouding liggen.
Wat is de impressie die je krijgt? En hoe is je zin? Laat me duidelijk zijn: impressies zijn voorgevormde beelden: foto's, woorden, opnames. Denk aan de presentator die een impressie geeft van het evenement dat hij verslaat. Wat zijn de impressies? Denk aan Aristoteles: mimesis, de typische expressie. En wat is zin? De zinnen zijn de stromen die rondgaan in het krachtenveld om ons heen, gevangen in woorden: daar gebruiken we tuig voor, de zintuigen, de zinituigen die de zinnen vangen en die onze lichamen door de wereld loodsen. De zin is ongrijpbaar, want alleen aanwezig in de beweging. De zin is beweging.
Verwacht geen antwoord. Ik verwacht geen antwoord. Ik beweeg niet eens. Maar evenmin beweegt deze wereld. Deze wereld van impressies, van het constant vangen van momenten. Zeno vroeg zich af hoe een pijl kon bewegen wanneer het op op elk moment van zijn vlucht slechts één bepaalde plek in nam. Ik vraag me hetzelfde af. Hoe kunnen we bewegen wanneer we zo gefixeerd zijn. Waar is het leven wanneer we het alleen kunnen vinden in beelden die ons de impressie van ons leven geven?
De oplossing, goddank, is simpel. Kin omhoog. Herken de wereld. Alles stroomt, altijd.